Wrang genot…
Soms ben ik boos. Echt heel boos. Woedend. Op een allesverterende, onredelijke en waasgenerende manier. Ik kan alleen niks met die woede. Vriend J. wel. Vriend J. belt mensen midden in de nacht om ze verrot te schelden of schrijft ziedend (en dus veel te kort op het incident) de veroorzaker van zijn woede een boze brief. Welke hij zonder te herlezen post. Zodat er meestal nog een ruzie volgt, met nog meer woede. Hij zegt dat het goed is.
Ik heb het een keer gedaan. De brief verzenden dan. Per e-mail. De send-knop gaf heel even verlichting. Daarna heb ik gebeld. Midden in de nacht. Tot 10 keer toe. Er werd niet opgenomen. En toen ebde de woede weg. En de volgende dag was er vooral schaamte. En durfde ik niet meer te bellen. Weggezakte woede maakt geen indruk en trots stond in de weg om mijn excuses aan te bieden voor het onfatsoenlijke gedrag van de voorgaande nacht. Want trots is sterker dan schaamte. Bellen met excuses zou het statement van de afgelopen nacht alleen maar belachelijker maken. Dus onderga ik trots en in stilte mijn schaamte.
En uiteindelijk maakt trots plaats voor teleurstelling, gevolgd door melancholie en tot slot cynisme. Ervaring maakt dat deze voor mij ondertussen zo bekende noodzakelijke opeenvolging van emoties een steeds kortere doorlooptijd kent. En die wetenschap maakt dat ik geen werkelijke activiteit meer onderneem, omdat dat alleen maar leidt tot schaamte. Dus is het tegenwoordig vooral een intern proces van woede-teleurstelling-melancholie-cynisme. Die laatste twee fases geschieden bij voorkeur beneveld in duistere, donkere kroegen met evenzo cynische en teleurgestelde vrienden, zodat er nog iets van wrang genot resteert van de eens zo alles verblindende woede.
Heel soms, zou ik een beetje meer als vriend J. willen zijn. Toegeven aan de woede, uithalen, schelden, slaan. Iemand verbaal bont en blauw schoppen en niks overlaten dan een hoopje ellende dat het nooit meer in zijn hoofd zal halen om ooit nog eens aanleiding te zijn voor mijn toorn.
Gelukkig is dat maar heel soms.
Joris zei,
24 januari, 2008 bij 12:06 am
Mag ik aannemen dat ik vriend J. ben? (Of is dat zelfoverschatting?) Inderdaad heeft het gehele hierboven beschreven verhaal zich nog zeer recentelijk in mijn dagelijkse leven voorgedaan. Maar ho ho, ik taxeer de situatie wel voordat ik schrijf en bel hoor, zo impulsief is het allemaal niet. Niks opkroppen op tafel leggen wat je op je lever hebt. Geen onnodig drama maken, dan hoef je je achteraf ook nergens voor te schamen. (Dat doe je namelijk meerstal alleen als je jezelf in woede verloren hebt – en dat is voor de controlsfreaks onder ons het ergste wat een mens kan overkomen). Teleurgesteld raken en cynisch worden, daar heb je niks aan, vooral niet in een vriendschap. Dan beter mijn recept. Succes ermee allemaal (vraag me af WAAR je boos om bent), J.