Romanticus of huilebalk?
Ik zat in de Vondelkerk bij een kerkelijke inzegening van een huwelijk. De pastoor gaf aan dat de bruidegom zijn huwelijksgelofte kon opzeggen. Lief, warm en grappig. Ik hield het nog droog. Daarna de bruid. De bruid kon het niet droog. Halverwege (ergens bij: “beloof ik je trouw te zijn..”) was de trilling, gevolgd door een snik in haar stem te horen. De bruidegom nam haar in zijn armen. Ik snikte zachtjes met haar mee.
De bruidegom besloot ter afsluiting van de dienst een lied te zingen. En hoewel je tegenwoordig in het tijdperk van reality TV met plaatsvervangende schaamte je zou zitten verkneukelen om dit vreselijke cliché, kon ik alleen maar denken, shit, zakdoekjes zitten nog in mijn jaszak. Met zijn broer achter de piano, zijn kersverse bruid fragiel, op enkele meters bij hem vandaan, zong hij Te Veel van Bram Vermeulen.
En als toegift, als in een slechte B-film, besloot hij de laatste woorden van Bram (“en jij kijkt mij aan”) te eindigen in een snik (“en jij …. .snik“). Waarop de bruid vertraagd naar hem toeliep en hem in zijn armen nam.
Ik snikte hartgrondig mee. De hele kerk met mij. Gelukkig, ik ben niet alleen, we zijn gelukkig nog met heel veel.
Lentepoppetjes
De lente is begonnen. Ik zie het aan de lachende narcissen, de overvolle, nu nog verwarmde terrassen en aan mijn bronstige vrijgezelle vrienden. Hun testosteron zoemt. Heel hard. Op zoek naar stampertjes, de scharrels. En slechts twee weken na de officiële ingang van de lente hebben zij allen hun eerste scharreltje van het paringsseizoen gevonden. Ze zullen niet de laatste zijn.
In mijn liefde voor de taal heb ik ze lentepoppetjes gedoopt. Veel treffender dan scharrels. Maar slechts 3 dagen na de introductie van dit schitterende woord, mijn eerste serieuze creatieve uitspatting sinds mijn verbale winterslaap, besloot vriend G. dat ik dat woord niet meer mocht gebruiken. Althans niet meer voor zijn lentepoppetje. Ik denk omdat lentepoppetje mogelijk langer mee gaat dan één seizoen.
Moet ik weer een nieuw woord verzinnen.
Lentekusjes
Blij
Gisteravond had ik een samenzijn met vriend I. en vriend M. Eigenlijk zijn I. en M. geen vrienden. Wel van elkaar, maar niet van mij. Ze behoren tot de categorie kennissen. Maar ze zijn wel hele goede kennissen. Niet omdat ik ze zo goed ken. Maar omdat ik wel helemaal blij van ze wordt. En omdat het samenzijn met hen altijd goed is. Omdat zij zichzelf zijn. En ik daardoor mezelf kan zijn. En daar wordt ik heel blij van.
Ik kan niet wachten tot ik ze tot mijn vrienden mag rekenen.
Compliment, belediging of gewoon nutteloze ijdelheid?
Zomaar een gesprek in Derrick:
Student: Hoe oud ben je?
HL: Jij?
Student: 22. En jij?
HL: Wat denk je?
Student: 25.
HL (trots): Nee, 33.
Student (onverschillig): Oh…. Tja, als je 22 bent maakt het eigenlijk niet uit of je nou iemand probeert te versieren die 25 of 33 is.

